Welke stappen onderneem je bij een Socratisch Gesprek?
Waar moet je afspraken over maken?
Wat zijn de taken voor de begeleider?
Hand-out stappenplan Socratisch Gesprek (pdf-bestand)
Format Socratisch Gesprek (doc-bestand)
Het zoeken naar een antwoord op de fundamentele vraag kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld
Op basis van een ervaring van een deelnemer. Deze ervaring mag niet zijn verzonnen en moet goed uit te leggen zijn.
Op basis van definities. Elke deelnemer stelt zijn eigen definitie of antwoord op. De deelnemers zoeken vervolgens samen naar onderlinge verschillen.
Om te voorkomen dat het Socratisch Gesprek een discussie wordt, is het gesprek gebonden aan een aantal regels. Deze regels zijn niet bedoeld om de deelnemers te beperken of te sturen, maar juist om het gesprek goed te laten verlopen. Er zijn twee soorten regels: constitutieve en regulatieve. De constitutieve regels zijn essentieel, zonder deze regels is er geen sprake van een Socratisch Gesprek. De regulatieve regels laten het gesprek alleen soepeler verlopen. Ze hoeven niet vooraf te worden genoemd, maar kunnen worden toegelicht als dat nodig blijkt te zijn. Deze regels zijn bewerkt uit Elshout, H. van (2003). Het socratische en de regels: wanneer is een gesprek socratisch en wanneer niet? In J. Delnoij & W. Van Dalen (Red.), Het Socratisch Gesprek. Budel: Damon.
Zet je actief in voor het gesprek. De deelnemers moeten bereid zijn actief deel te nemen aan het gesprek. Ze moeten daarbij ook bereid zijn zich te houden aan de regels die de gespreksleider stelt.
Stel een fundamentele vraag die voor iedereen betekenisvol is. De vraag moet zoeken naar voorwaarden of beginselen. Probeer een ja-of-nee-vraag te voorkomen door in zo'n geval een voorafgaande vraag te zoeken. Voorbeelden van 'goede' vragen: Wat is leren? In welke mate moeten scholen normen en waarden overbrengen? Voorbeeld van een ja-of-nee-vraag: Kun je een student vertrouwen? Een voorafgaande vraag: Wat is vertrouwen?
Doe geen beroep op autoriteit. Om zelfstandig denken te bevorderen, mogen de deelnemers alleen gebruik maken van hun eigen ervaringen. Zij mogen geen onderzoeken of boeken als kennis aanhalen. Een eigen ervaring mag geen hypothetisch voorbeeld zijn. Deze ervaring mag niet zijn verzonnen en moet goed uit te leggen zijn.
Luister naar elkaar. Om geen discussie te krijgen en het gesprek voor iedereen begrijpelijk te houden, is deze regel erg belangrijk. De begeleider kan deelnemers bijvoorbeeld vragen om te herhalen wat er is gezegd of om twee verschillende standpunten te vergelijken.
Streef naar consensus. De deelnemers hoeven het niet met elkaar eens te zijn. Als zij verschillende standpunten hebben, zoeken zij door naar de grondslagen van dat verschil. Het is niet het doel om de ander te overtuigen.
Begin een vraag of opmerking niet met 'Ja, maar…'. Zulke formuleringen maken van een Socratisch gesprek al snel een discussie.
Houd geen monoloog. Het Socratisch gesprek moet een gesprek blijven. Al één van de deelnemers te vaak of te lang aan het woord is, kan de begeleider het gesprek vertragen door een ander te vragen om te herhalen wat er is gezegd.
Denk niet voor jezelf, maar voor de ander. De deelnemers moeten proberen mee te denken met degene die aan het woord is. Kunnen ze volgen wat hij zegt? Kunnen ze het herhalen? Begrijpen ze wat hij bedoelt?
Maak geen opmerkingen die niets met de vraag te maken hebben of die over een ander voorbeeld gaan dan het gekozen voorbeeld. Als de reflectiegroep werkt vanuit een casus (bijvoorbeeld een ervaring van een van de deelnemers), dan is dát voorbeeld het uitgangspunt. De deelnemers mogen geen andere voorbeelden aandragen.
Schrijf zo min mogelijk. Deze regel voorkomt dat de deelnemers drukker zijn met schrijven, dan met luisteren. Het hangt van de deelnemers af of deze regel wet moet worden.
Als begeleider van een Socratische gesprek tref je de volgende voorbereidingen
Je oefent zelf met Socratische Gesprekken.
Je kiest een geschikt moment in de opleiding.
Tijdens de reflectiesessie zorg je als begeleider voor het volgende
Je legt de gespreksregels uit.
Je leidt het gesprek.
Je bemoeit je niet inhoudelijk met het gesprek. Je legt je mening niet op tafel, ook niet als er om wordt gevraagd.